NRC Handelsblad 13-11-'96
In de kleine zolderzaal hangt een geur van zweet en spanning. Koppen
lopen vuurrood aan en voeten stampen: dit wordt geen gewoon theateravondje
maar een harde wedstrijd, met een partijdig publiek en een grasmat.
De amateurteams die het hier tegen elkaar zullen opnemen moeten net
zo snel te werk gaan als professionele voetballers. Mist iemand ook
rnaar een voorzet, dan bederft hij het hele spel. Theatersport komt
neer op keihard werken. Tijdens de maandenlange training die aan een
wedstrijd voorafgaat leren de spelers op hun intuitie te vertrouwen
en op beproefde technieken, opdat zij op de speelvloer spontaan hun
gang gaan en intussen toch nauwlettend de tactiek van de tegenstander
in de gaten houden.
Op de eerste avond van het Tweede Internationaal Improvisatiefestival
gisteren in Amsterdam speelt Zweden tegen de Verenigde Staten. Terwijl
het team uit San Francisco volgens voorschrift uit vier acteurs bestaat
zijn de Stockholmers maar met z'n drietjes. Dat nadeel proberen zij
te compenseren door de jury met cadeaus te paaien. Meer dan een appel
nemen de rechters echter niet aan en ze trekken er een zuur gezicht
bij. De lage cijfers die zij geven, voor de onderdelen improvisatietechniek
en inhoud en amusementswaarde van de seenes, lokken op de tribune
stormen van verontwaardiging uit. Een protest dat net zo spontaan
lijkt als de actie op de Buhne maar dat in werkelijkheid al even nauwkeurig
is voorbereid. Want de natte sponzen waarmee we de jury mogen bekogelen
zijn van tevoren uitgedeeld. Het spelletje gaat als volgt: het ene
team daagt het andere uit met een opdracht, someone new in a place
bijvoorbeeld. En dan vragen de acteurs ons naar een emotie. Goed,
dit keer wordt het sadness. De pianist zet een droevig muziekje in
en de Amerikanen, die het eerst aan de beurt zijn, ontwikkelen een
fantastische soap, een tragische liefdesscene tussen een mooie vrouw
en een gangster.
Een geliefde bezigheid in de zaal is het aandragen van titels. Lost
in the Storm, Maybe Later, The End is Coming Soon: al deze mini-drama's
ontstaan bij de gratie van suggesties die wij als mitrailleurvuur
op de spelers afschieten. Steeds lastiger worden de opdrachten en
het moeilijkst is misschien wel de musical waarbij uiteraard ook gezongen
dient te worden, het liefst op rijm en voorzien van een ter zake doende
tekst. Rode rozen vallen voor de voeten van een al wat oudere man
met een onvaste maar innemend-melancholieke stem. Weer stelen de Amerikanen
de show. Hun spel is realistisch, scherp en gevat en we geloven onmiddellijk
dat ze hun oneliners ter plekke verzinnen.
De Zweden reageren trager en hun sterke kant is niet de dialoog
maar gestileerd en absurdistisch bewegingstheater. Na de pauze mogen
de winnaars, uitverkoren door jury en publiek, alleen het toneel op
om een paar vrije inipro's ten beste te geven. Soeverein schakelt
het viertal uit San Francisco (af en toe bijgestaan door een paar
Amsterdammers) van scene naar scene en rol naar rol. We zien een landkapitein,
een zwangere beer, een zuigeling van tachtig kilo en een naakte acteur
die toch gekleed is. Something that makes you happy, roepen de Amerikanen
naar het publiek, dat prompt chocolates! terugbrult. Waarop de podiumkunstenaars
in een lied uitbarsten met het hitgevoelige refrein Eat me, I'm made
of chocolate.
We verlaten de zaal energieker dan we erin zijn gekomen, vast van
plan om de volgende keer zelf het toneel op te springen.
ANNERIEK DE JONG |