Trouw 18-12-'97
Over de vraag of 'theatersport' meer
met sport of juist meer rnet spel te maken heeft zijn de meningen
verdeeld. Zeker is dat het jonge fenomeen - in 1993 vonden de eerste
Nederlandse kampioenschappen plaats - zich als een populair virus
verspreidt. Er zijn inmiddels ruim dertig verenigingen die de theatersport
in wedstrijdverband beoefenen en het aantal groeit nog. Een verslag
van de wedstrijd tussen D.O.M. en Buiten Bereik, voorzien van nodige
achtergond.
door ANITA TWAALFHOVEN
De pianist links van het podium speelt
een vrolijk pingelmuziekje en even later draaft een enthousiaste man
het toneel op. ,,Dan is hier uw presentator Jeroen! ", roept
hij. ,,Vanmiddag speelt het team van D.O.M. uit Utrecht tegen Buiten
Bereik uit Nijrnegen. We spelen een wedstrijd waarbij de spelers niet
weten wat ze gaan doen. U gaat dat nameiijk bepalen."
De teams van D.O.M. en Buiten Bereik
spelen Theatersport, een gïmproviseerde voorstelling in de vorm van
een wedstrijd. Tijdens de voorstelling dagen zij elkaar uit tot het
spelen van allerlei improvisatie-spelen en het team dat dit het beste
doet is de winnaar. De scenes ontstaan ter plekke en het publiek denkt
mee. Voor aanvang van de wedstrijd legt presentator Jeroen de spelregels
uit. Het publiek moet gegevens aandragen voor de te spelen scenes,
zoals de karakters, de locatie of de emoties van de spelers. "Noemt
u eens een emotie", zegt Jeroen tegen het publiek. " Huilen?
Dat is triest. Weet u ook een leuke emotie? " Twee mensen op
de voorste rij schieten in de lach. "Lachen, ja dat is ook een
emotie."
Nadat hij geoefend heeft met het publiek,
kondigt Jeroen de jury aan. Twee strenge, maar rechtvaardige rechters
bewaken de spelregels en delen de punten uit. Gekleed in toga en gewapend
met een arrogante blik betreden zij het podium. "Ik ben Meester
Annemarie van Avezaath en ik let op de amusementswaarde van de scenes",
zegt een van hen geaffecteerd. Haar collega waakt over de inhoud van
de scenes en de techniek van de spelers. Alsof het een voetbal wedstrijd
betreft, vertelt hij: , Ik zal de f unctie van de Gele Kaart uitleggen.
Die delen wij uit als er op het podium dingen gebeuren die niet kunnen.
Als een van de spelers bijvoorbeeld door een deur loopt die er niet
is, dan moet die in de volgende scene voor straf een voorwerp spelen.
De rechters mogen ingrijpen en een scene stoppen of 'afblazen' met
een grote toeter als het te lang duurt of saai wordt. Zij hebben een
belangrijke rol en fungeren als een soort regisseur.
De rechterlijke macht neemt plaats achter
een tafel rechts voor het podiurn. De twee teams zitten in sportieve
kleding aan weerskanten van het speelvlak en kan kan de wedstrijd
beginnen. Het eerste spel is het 'categorieenspel'. ,,U noemt een
categorie", legt Jeroen uit aan het publiek. ,,Sigarenbandjes,
wasmiddelen, dieren of iets anders. De spelers noemen dan om om beurten
een dier of een wasmiddel en als er iemand stil valt is hij af. Dan
moet u roepen: 'Dood!'."
Bij de categorie 'banken' - ,,Rabobank.
Postbank. Ehh.. ABN Amro" vallen de meeste slachtoffers en de
stemming zit er meteen goed in. ,,Dood, dood! ", roept het publiek
enthousiast. En bij elke misser valt een van de spelers voor lijk
neer. De teamleden nemen weer plaats op hun stoelen en een speler
van D.O.M. zegt tegen het team van Buiten Bereik:,,We dagen je uit
om een zo absurd mogelijke scene te spelen met een 'dubbele doventolk'.
" Zijn tegenstanders begrijpen meteen wat hij bedoelt met deze
term voor 'insiders'. Een van de spelers doet zich voor als expert
op het gebied van inlegkruisjes - een suggestie uit het publiek -
en twee anderen, de doventolken, beelden met gebaren uit wat hij zegt.
Een speelster van D.O.M. blijkt daarbij over een bijzonder komisch
talent te beschikken en doet denken aan een vrouwelijke versie van
'Mr. Bean'. Het publiek ligt dan ook dubbel van het lachen en gooit
plastic rozen naar het podium. Die rozen liggen bij aanvang van de
voorstelling al klaar op de stoelen in de zaal en mogen als blijk
van waardering het podium opgeworpen worden. De participatie van het
publiek gaat echter nog verder.Alsje het niet eens bent met een beslissing
van de rechters mag je ze bekogelen met natte sponzen, die Jeroen
in een emmertje rond brengt. ,,Boeh!", klinkt het dan ook massaal
als de rechters een leuke scene afkraken en de sponzen vliegen spetterend
door de zaal.
Steeds als het publiek de gegevens voor
een scene heeft geroepen, speelt eerst het ene team zijn versie en
daarna volgt het andere team. Na afloop van elke ronde mag het publiek
met bordjes aangeven welke scene zij de beste vonden en daarna delen
de rechters hun punten uit, De improvisaties leiden tot onverwachtte
vondsten. Zo passeren een gepassioneerde liefdesrelatie tussen schoonmoeder
en schoondochter, een driedubbele moord en een new age-workshop over
dromen de revue. Absoluut hoogtepunt is het muzikale deel van de wedstrijd.
Het publiek roept: ,,Musical! Opera! of Rock&Roll!" En onder
begeleiding van de pianist zingen de spelers een zelfde scene in deze
verschillende stijlen. D.O.M. brengt met verve een geïmproviseerde
musical over de liefde. Maar Buiten Bereik streeft hen voorbij met
een komische opera over een wielrenner en zijn trainer en speelt vervolgens
een swingende rock-versie' van dit verhaal. Toch wint D.O.M. uiteindelijk
de wedstrijd. Presentator Jeroen maakt de uitslag bekend: ,,Met 54
tegen 51 punten heeft D.O.M. gewonneeen! ". Na afioop verlaat
het publiek opgetogen de zaal.,,Leuk, he? ", zegt een mevrouw
tegen haar vriendin. Je krijgt gewoon zin om mee te doen. Uit de gesprekken
tijdens het drankje na afloop blijkt dat veel mensen in de zaal vrienden
en bekenden zijn of zelf theatersport beoefenen. Het merendeel daarvan
is hobbyist, maar ook veel professionele theatermakers spelen mee
in de teams.
Ook Henk van der Steen is aangestoken
door het 'Theatersport-virus', zoals hij het zelf noemt. Van der Steen
werkt overdag op de afdeling personeelszaken van de Vrije Universiteit.
Daarnaast is hij actief lid van Theatersort Vereniging Amsterdam en
mede-organisator van internationale theatersport-evenementen. "Deze
theatervorm is bedacht door de Canadees Keith Johnstone", vertelt
Van der Steen. "Johnstone gaf les op een drama-opleiding en hij
wilde een nieuwe vorm van improviseren inbrengen. lmproviseren op
het toneel is vaak wel spontaan, maar het gevaar bestaat dat er geen
einde aan komt. Johnstone bedacht daarom duidelijke grenzen en een
structuur. Met zijn leerlingen werkte hij zijn spelvorm uit en haast
automatisch kwam hij uit op een vriendschappelijke wedstrijdvorm tussen
spelers." In Nederland werd theaterspor tien jaar geleden bekend
door een workshop van Johnstone. Vlak daarna werd Theatersportvereniging
Amsterdam opgericht en inmiddels heeft elke grote stad in ons land
wel een theatersportvereniging. Het meest bekend zijn naast TVA, Lawine,
Op De Geest en Tante Piek's Visite, dat dit jaar de nationale kampioenschappen
heeft gewonnen. Er zijn er ruim dertig en het is nu ook populair bij
studentenverenigingen.
"Theatersport is een internationaal
fenomeen", zegt Van Der Steen, "en speelt niet alleen in
Amerika en Europa, maar ook in landen als Zuid-Afrika, Nieuw Zeeland
en Japan. Per land ligt de focus ergens anders. Zo verwijzen de Zuid-Afrikaanse
spelers vaak naar de politieke situatie in hun land."
Theatersport lijkt dan ook een link
te hebben met de ideeën van de Zuid-Amerikaanse politiek theatermaker
Augusto Boal. Hij bedacht diverse spelvormen waarbij het publiek mee
kan spelen en de situatie op de spelvloer mag veranderen, zoals het
Forumtheater. Het doel hiervan was - geheel in de geest van de jaren
zestig - om het publiek te activeren en hen bewust te maken van hun
macht om bestaande situaties te veranderen. Zo werd zijn spel binnen
de vrouwenbeweging gebruikt om vrouwen te leren voor zichzelf op te
komen. Van er Steen ziet dit anders: "Er is wel een verband,
maar theatersport is er niet direct uit voortgekomen." Bij theatersport
ligt de nadruk meer op het sportieve element, zoals de wedstrijdvorm,
de specifieke verenigingsstructuur en de nationale en internationale
contacten met andere verenigingen. Theatersporrtvereniging Amsterdam
organiseerde in 1993 voor het eerste de landelijke kampioenschappen
en sindsdien vindt dit evenement ek jaar plaats. Van der Steen: "Dat
maakt de status wel lastig. Het is een ongebruikelijke theatervorm
en subsidiënten weten er geen raad mee. Ze verwijzen door naar de
afdeling sport omdat naar hun idee het artistieke element zou ontbreken."
Sportiviteit speelt ook een rol in het
contact tussen de spelers. Van der Steen:"Theatersport is niet
meer dan vertrouwen in de ander en het is een doodzonde om de ander
af te laten gaan. Het is belangrijk om de ideeën van je medespelers
te accepteren. Je moet altijd 'ja zeggen' en meegaan. Als er twee
teamleden aan de kant zitten en twee teamsleden spelen, dan doen de
twee die zitten ook mee. Ze kijken hoe de scene verloopt en of er
een goede reden is om mee te gaan spelen. Je moet je afvragen wat
de scene die men speelt nodig heeft. Je moet niet zelf willen schitteren,
maar de ander laten schitteren. De basis is elkaar ondersteunen."
De spelers gaan natuurlijk niet onvoorbereid
het toneel op en trainen meestal wekelijks de benodigde technieken
en vaardigheden."Je leert de basistechnieken van toneelspel,
gecombineerd met spontaniteit en originaliteit", vertelt Van
der Steen. "Zo zijn er oefeningen om het vertrouwen in elkaar
te vergroten. Je loopt door de repetitieruimte met je ogen dicht en
een andere speler leidt je. De aangever roept eenvoudige opdrachten
die de ander blindelings moet opvolgen, zoals 'strik je veters' of
'kam je haren'. We trainen, meestal onder leiding van een dramadocent
en vragen soms ook iemand van buiten met een specialieit in fysiek
spel of mime or 'rappen'. En we oefenen natuurlijk de bestaande spelvormen.
Zoals 'een scene, drie emoties': dezelfde scene driemaal spelen vanuit
verschillende emoties. Verder zijn er raadspelletjes zoals de 'cluedo'
waarbij je een moord moet opossen, of de 'space-jump' waarbij de locatie
van een scene steeds verandert. Er is een dynamische lijst van spelletjes,
er zijn er inmiddels tegen de driehonderd. En elke dag worden er nieuwe
verzonnen. TVA heeft iedere week een werkplaats om nieuwe spelvormen
te ontwikkelen en we zijn ook bezig met de ontwikkeling van langere
improvisatievormen, zoals een geïmproviseerde musicalvoorstelling."
"De kracht van een theatersportvoorstelling
is dat zowel het publiek als de spelers absoluut niet weten hoe de
avond gaat verlopen", besluit Van der Steen. "Ter plekke
ontstaat de voorstelling en het mooiste compliment geven dan ook de
mensen die zeggen: 'Dit is van tevoren ingestudeerd'." |