Volkskrant 22-9-'95
Theater is ook een sport. Ze wordt beoefend van Alkmaar tot Zierikzee
en van Nieuw Zeeland tot L.A. Ieder jaar zijn er competities in Zwolle,
Rotterdam of Breda, en vorig jaar leverde Nederland een van de achttien
teams voor de wereldkampioenschappen in Los Angeles. De winnaar van
toen, Nieuw Zeeland, is komende week te gast in de Amsterdamse Stadsschouwburg
tijdens het Internationaal Theater Improvisatie Festival. Ze
zullen het opnemen tegen teams uit Nederland, Amerika en Denemarken.
Bij theatersport gaat het er om welke groep van vier spelers het
beste improviseert. Het ene daagt het andere uit, bijvoorbeeld om
een emotionele scene te spelen. Het publiek noemt drie emoties, een
onderwerp, en ter plekke moeten de teams dan drie varianten op dat
onderwerp in elkaar draaien: eenmaal angstig, eenmaal vrolijk, enzovoort.
Er zijn talloze variaties mogelijk. Het publiek kan ook om drie tijdperken
worden gevraagd of weersgesteldheden of kleuren. Steeds reageren de
acteurs met korte scenes, die door een jury beoordeeld worden op inhoud,
techniek en amusementswaarde.
'Je kunt het vergelijken met voetbal' vertelt Bastiaan Smits van de
organiserende Theatersport Vereniging Amsterdam. (TVA). 'Het is een
kwestie van goed je eigen tactiek uitzetten en constant op je medespelers
letten. Soms kan de voorzet prachtig zijn, maar dan schiet je er toch
naast. De ene keer ligt de vloer bezaait met rode rozen, de andere
keer blijft die leeg.
Gooien met (plastic) rode rozen is een van de manieren waarop het
publiek kan reageren. Na afloop een bordje ophouden met de kleur van
het beste team kan ook. En als het al te bar wordt, wil er nog wel
eens iemand met een natte spons gooien. Maar eigenlijk zijn de sponzen
bestemd voor de jury.
Smits: 'De juryleden moeten vreselijk streng zijn, kritischer dan
het publiek. En als ze dat goed doen, dan krijgen zij de sponzen.
Het publiek neemt het meestal voor de spelers op. En als die maar
twee punten krijgen voor een razendknappe prestatie, in plaats van
vijf dan regent het sponzen op de jury.
Een van de dingen waar de jury op let, is of de spelers accepteren
wat de ander zegt. Streng verboden is reageren met : 'Ik ben je moeder
niet, ik ben de dokter' als iemand 'Dag mam' heeft gezegd. En het
is zelfs niet de bedoeling iemand een tientje te weigeren als die
dat wil lenen. Dat blokkeert het verloop van de scene. Ga door op
alles wat een medespeler aandraagt, is een van de belangrijkste en
steeds terugkerende lessen bij de cursussen van TVA. Ook woensdagavond
nog bij de voorbereidingen voor de competitie.
'Het mooie van improviseren', vertelt Smits, 'is dat het het tegenovergestelde
is van het dagelijks leven. Je leert precies de dingen die je ooit
tijdens je opvoeding hebt afgeleerd'. En hij haalt een boek uit de
kast om dat te verduidelijken. In Impro van Keith Johnstone,
die als een van de grondleggers van het improvisatietheater wordt
beschouwd, is een nawoord van dramadocent Henk Hofmann opgenomen.
En daaruit citeert Smits :
'We zijn pas tevreden als onze kinderen de volgende zaken onder
de knie hebben: goed uitkijken voordat ze actie ondernemen, bij twijfel
stil blijven staan en nooit zomaar de weg oprennen. Anders gezegd:
plan de toekomst, zeg nee en doe niet wat in je opkomt. (...) Maar
als improvisaties gepland, voorzichtig, afwerend en goed doordacht
worden gespeeld, is er vaak geen sprake van improviseren of wordt
het snel saai. De stelregel bij improvisatie luidt dan ook : Plan
niet, zeg ja en doe wat in je opkomt.
(Roy de Graaf)
|